Verkeerde afslag? Eerdere ervaringen met steun en hulp van civielrechtelijk geplaatste jongeren in de JJI : een praktijkgericht onderzoek
Auteur: I. van de Vlugt; I. de Jong
Uitgever: TransAct en Collegio
Jaartal: 2005
Bestelwijze: publicatie gratis te downloaden onderaan het artikel
Dit onderzoek richt zich op OTS jongeren in de Justitiële Jeugdinrichtingen. Aan het onderzoek hebben vier Justitiële Jeugdinrichtingen en 152 jongeren meegedaan. Met 31 jongeren is een gesprek gevoerd, de overigen hebben een half gestructureerde vragenlijst ingevuld.
De centrale vraag van het onderzoek luidt: “In hoeverre hebben de jongeren, voordat zij geplaatst werden in een JJI, ervaringen met hulpverlening en ondersteuning, hoe hebben zij deze eventuele hulp en steun ervaren?”
Twee van de drie jongeren die met een Onder Toezicht Stelling (OTS) in een Justitiële Jeugdinrichting zijn geplaatst, zijn van mening dat die plaatsing voorkomen had kunnen worden. Dit blijkt uit dit onderzoek ‘Verkeerde Afslag?’ van TransAct en Collegio. De jongeren zelf vragen met name om eerder ingrijpen en om meer aandacht voor specifieke problemen zoals drugs- en alcoholgebruik, wegloopgedrag en veiligheid bij (seksuele) mishandeling.
Aan het onderzoek werkten 152 jongeren in vier Justitiële Jeugdinrichtingen mee. Naast inzicht in de problematiek van deze jongeren geeft het onderzoek vooral zicht op ervaringen met steun en hulpverlening en hoe deze verbeterd kan worden. Het onderzoek werd uitgevoerd met instemming van het ministerie van VWS (afdeling Jeugdbeleid) en de Dienst Justitiële Jeugdinrichtingen van het ministerie van Justitie.
Problematiek
Veel van de jongeren vertonen een combinatie van gewelddadig en crimineel gedrag, drugs- en alcoholgebruik, agressief en oppositioneel gedrag, wegloop- en zwerfgedrag. Een groot deel van de jongeren zelf zien vooral conflicten thuis, pedagogische onbekwaamheid van de ouders, seksueel misbruik en mishandeling en de omgang met verkeerde vrienden als aanleiding voor hun problematische gedrag. Als aanleiding voor plaatsing in de JJI scoort drugs- en alcoholgebruik, wegloopgedrag en agressief gedrag opvallend hoog. Eén op de drie jongeren noemt de eigen veiligheid als reden omdat zij in het verleden te maken hadden met bedreigingen, geweld, verkeerde vrienden, seksueel misbruik, prostitutie of mensenhandel.
Plaatsing in Justitiële Inrichting terecht
40 % van de onderzochte jongeren ervaart de plaatsing in de JJI als terecht. Als redenen noemen jongeren dat ze zelf niet meer te handhaven waren of op het verkeerde pad zaten, omwille van eigen veiligheid en de verwachting hebben hier hulp te krijgen en te leren van hun fouten
De voorgeschiedenis van veel van deze jongens en meisjes kent een grillig verloop. Hun verblijfplaats voor de opname in de gesloten Justitiële Jeugdinrichting varieerde van tijdelijk verblijf bij de ouders, bij grootouders of vrienden tot zwerven op straat en verblijf in crisisopvangcentra. 85% van de jongeren had gemiddeld al tweeënhalf jaar formele hulp door een of meerdere voogden.
Hulp en steun
Over de steun en hulp van gezinsvoogden, jeugdzorg en jeugdhulpverlening zijn jongeren minder tevreden Vooral jongens geven aan niet goed overweg te kunnen met de praatcultuur in de hulpverlening, zij willen iets doen. Meisjes hebben meer behoefte aan vertrouwelijke gesprekken.
Gezinsvoogden die zich voor hen inzetten, regelmatig contact opnemen en zaken voor hen regelen, worden het meest gewaardeerd. Weinig waardering krijgen gezinsvoogden die slecht bereikbaar zijn, teveel partij kiezen voor hun ouder(s) of nauwelijks rekening houden met de wensen van de jongere. Over het algemeen waarderen de jongeren informele steun van vrienden/innen het meest. Van de formele instanties scoren leerkrachten en mentoren uit het onderwijs het hoogst.
Hulp bij specifieke problemen ontbreekt of faalt
Opvallend is dat hulp bij specifieke problemen niet of met weinig succes tot stand gekomen is. Dit betreft alcohol- en/of drugsproblemen, agressief gedrag en slachtoffer van (seksuele)mishandeling. Hulpverleners moeten volgens deze jongeren een grotere alertheid tonen voor (verborgen) signalen en hulpvragen en sneller ingrijpen in de leef- of thuissituatie.
Wat kan er beter
OTS-jongeren in de Justitiële Jeugdinrichting hebben behoefte aan iemand die zich kan inleven in hun situatie, naar hen luistert en snapt wat ze hebben meegemaakt. Goed luisteren, oprechte interesse in de jongere tonen, afspraken nakomen en meer ingrijpen in de thuissituatie noemen de jongeren als belangrijkste punten om de hulp in een eerder stadium te verbeteren. De “klik” tussen de hulpverlener en de jongere vormt de basis voor de hulpverleningsrelatie. Een meer cliëntgerichte houding van de hulpverleners kan hieraan bijdragen.
Hulpverleningstrajecten van deze jongeren zijn moeilijk in kaart te brengen omdat er sprake is van complexe en meervoudige problemen. Interventies van hulpverleners hebben niet altijd het gewenste effect of hulp wordt vroegtijdig afgebroken. Goede hulp is dan ook niet eenvoudig. Jongeren geven zelf aan dat ze niet altijd gemotiveerd zijn voor hulp, een laag probleembesef hebben, soms voortijdig afhaken en afspraken niet nakomen. Aan de andere kant hebben de meesten ook behoefte aan een luisterend oor en steun van een vertrouwd persoon. Deze doelgroep maakt een specifiek methodische aanpak noodzakelijk Een aanpak jongeren bereikt en motiveert en op maat zorg biedt. Meer bemoeizorg voor probleemgezinnen en een cliëntvolgsysteem kunnen er aan bijdragen om de hulp beter te laten aansluiten.
Een duurzaam en steunend contact uit de eigen omgeving is voor deze jongeren van groot belang. Hulpverleners kunnen hieraan bijdragen met bijvoorbeeld een familieberaad.