Alleenstaande minderjarige asielzoekers Terugkeer als perspectief !
Onderzoek naar de ontwikkeling van alleenstaande minderjarige asielzoekers en hun houding tegenover terugkeer


Auteur: Maartje Boots
jaartal: 2003
Bestelwijze: publicatie gratis te downloaden onderaan het artikel

Deze scriptie bestaat uit drie delen. Deel I is een literatuurstudie over alleenstaande minderjarige asielzoekers die worden opgevangen in terugkeer-KWE’s. In deel II behandel ik mijn kwantitatieve onderzoek naar de relatie tussen de ontwikkeling van ama’s en hun houding en keuze ten aanzien van terugkeer. Deel III bestaat uit een kwalitatief onderzoek met een bredere vraagstelling naar de invloed van het ontwikkelingsniveau van de ama’s op hun opstelling in het begeleidingsproces naar terugkeer.

De laatste jaren is de stroom van alleenstaande minderjarige asielzoekers die hun toevlucht in Nederland zoeken exponentieel gegroeid. Redenen die voor deze grote groei gegeven worden hebben betrekking op het gevoerde beleid en hier op inspelende mensensmokkelnetwerken. Het maatschappelijke draagvlak voor speciale opvang voor deze groep jongeren is echter niet met de toestroom meegegroeid. De discrepantie tussen vraag naar opvang en de bereidheid vanuit de maatschappij en overheid om deze ook te geven, heeft geleid tot de invoering van een nieuw ama-beleid in 2001. In dit nieuwe beleid is het doel van de opvang van ama’s verschoven van integratie naar terugkeer. Deze verschuiving heeft met name voor de ama’s maar ook voor de werkers in het veld veel veranderingen teweeggebracht. De toekomst van instellingen zoals Nidos (de voogdij-instelling voor minderjarigen in Nederland) en de contractpartners, die tot dan toe in opdracht van Nidos de opvang van ama’s in KWE’s (Kleine Wooneenheden) verzorgde, is op losse schroeven komen te staan. Om deze reden heeft Nidos opdracht gegeven voor een onderzoek naar de consequenties van dit nieuwe beleid voor de toekomst van de opvang en begeleiding van ama’s in KWE’s. Collegio, een ‘kennispraktijk voor de jeugdzorg’, voert dit onderzoek uit. Het doel van het onderzoek is aantonen dat KWE’s geschikt zijn om jongeren met een terugkeerperspectief op te vangen. Het Nidos-onderzoek is een kwantitatief longitudinaal onderzoek dat anderhalf jaar zal gaan duren, van juni 2002 tot en met november 2003. In het kader van het hierboven beschreven onderzoek zal ik mijn eigen afstudeeronderzoek uitvoeren. Mijn onderzoek is bedoeld als aanvulling op het door Collegio uitgevoerde onderzoek voor Nidos. Aangezien een groot pluspunt van KWE-opvang is dat er veel aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van de jongeren is, heb ik besloten mijn onderzoek te richten op de relatie tussen ontwikkeling en terugkeer in het leven van de jongeren. Dit rapport dat uit drie delen bestaat is het eindresultaat van mijn onderzoek. Het eerste deel van deze eindrapportage bestaat uit een literatuurstudie waarin ik enerzijds de situatie van ama’s met een terugkeerperspectief in Nederland beschrijf. Anderzijds bespreek ik een aantal toepasselijke theorieën, zoals het competentiemodel, het balansmodel en de acculturatietheorie. In het tweede deel van de scriptie doe ik verslag van het kwantitatieve onderzoek dat ik over 492 ama’s heb gedaan. In dat deel wordt de volgende vraagstelling beantwoord:

In hoeverre beďnvloeden risico- en beschermende factoren op verschillende niveaus de ontwikkeling van de ama en zodoende wellicht zijn/haar houding en keuze ten aanzien van terugkeer?

Het derde deel van dit onderzoek vormt een verdieping op het eerste deel. Door middel van 16 open interviews met 15 mentoren en 1 voogd over 16 specifieke jongeren, heb ik de volgende bredere vraagstelling beantwoord:

Heeft het ontwikkelingsniveau van de ama invloed op diens opstelling in het begeleidingsproces naar terugkeer? Met de term ontwikkelingsniveau wordt de balans tussen ontwikkelingstaken en vaardigheden bedoeld, die op hun beurt beďnvloed worden door risicofactoren en beschermende factoren.

Download: Eindrapport_ama.pdf
Terug naar vorige pagina
 
  Zoeken