Families First kwaliteitstoetsing 2de halfjaar 2005
Auteur: H. Damen
Jaartal: 2006
Bestelwijze: publicatie gratis te downloaden onderaan het artikel
Inleiding
Het doel van de kwaliteitstoetsing Families First die begin 2001 van start ging, is meer zicht te krijgen op de kwaliteit van de zorg die aan individuele kinderen en hun gezinnen wordt geboden. De vraag ‘Doen we het goede en doen we dat goed?’ staat daarbij centraal. Met de toetsing wordt het werk van Families First zichtbaar, kan het worden beoordeeld en indien nodig worden verbeterd.
De basis van de kwaliteitstoetsing wordt gevormd door dertien kwaliteitsaspecten. Deze omschrijven de typerende kenmerken van het model van waaruit Families First is ontwikkeld. Elk aspect is geoperationaliseerd in een observeerbaar criterium dat weer voorzien is van een meetwijze. Daarnaast zijn er normen opgesteld. Deze normen geven hoe vaak in een bepaalde periode bij een bepaalde groep afgesloten gezinnen van een uitvoeringslocatie aan het criterium moet zijn voldaan om het aspect als ‘goed’ te beoordelen. Er zijn drie soorten normen: landelijke normen die voor alle locaties gelden, locatienormen die door locaties zelf kunnen worden opgesteld en referentienormen die de prestaties in de vorige meetperiode aangeven. Bij de kwaliteitstoetsing wordt een
meetperiode van een halfjaar aangehouden. Uitvoeringslocaties sturen halfjaarlijks de gegevens van de afgesloten gezinnen op, deze worden door de onderzoekers geanalyseerd, gebundeld en in regionale bijeenkomsten met de procesbewakers (meestal de teamleiders) besproken. Op die manier ontstaat er een terugkoppeling die niet alleen inzicht geeft in de ‘halfjaarcijfers’ van de eigen locatie, maar ook vergelijkingen met de
cijfers van andere locaties mogelijk maakt.
Hieronder volgt een voorbeeld van één van de kwaliteitsaspecten, een tabel met alle aspecten staat in bijlage 1. De landelijke norm voor het aspect Snelheid start staat op
80%.
Nr
Kwaliteitsaspect
Kwaliteitscriterium
Meetwijze
2
Snelheid start
Binnen 24 uur na acceptatie door FF
vindt het eerste face-to-face contact
van de gezinswerker met (een deel van) het gezin plaats.
Aantal uren tussen acceptatie en het
eerste face-to-face contact.
1.2 Samenvatting
In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van de kwaliteitstoetsing voor het 2de halfjaar 2005 gegeven. Hieronder worden de belangrijkste resultaten samengevat.
FF-locaties en respons
In het 2de halfjaar van 2005 hebben 16 locaties Families First aangeboden. Van de 16 locaties bieden 11 locaties zowel FF-regulier als FF-lvg (voor licht verstandelijk gehandicapten) aan. Door 5 locaties wordt alleen FF-regulier aangeboden.
Aan de kwaliteitstoetsing hebben 14 van de 16 FF-locaties (= 88%) meegedaan. De locaties Arnhem en Heerlen hebben niet aan de toetsing deelgenomen. De gegevens voor de kwaliteitstoetsing zijn door 6 van de 16 deelnemende locaties in Access aangeleverd.
De respons op de afzonderlijke kwaliteitscriteria is zeer goed en ligt tussen de 97% en 100%.
Uitkomsten gezamenlijke locaties
In het 2de halfjaar 2005 hebben 436 gezinnen deelgenomen aan Families First. Op 11 van de 13 kwaliteitsaspecten (85%) is de norm gehaald. Het kwaliteitscijfer voor het 2de halfjaar 2005 is daarmee 8,5. Dit cijfer is gelijk aan dat van het 1ste halfjaar van 2005.
Net als in het 1ste halfjaar 2005 is de norm in het 2de halfjaar 2005 niet gehaald op de aspecten Intensiteit en Woonsituatie bij afsluiting.
Als we de resultaten op de 12 aspecten, waarvan we over een periode van 3 jaar halfjaarcijfers hebben, met elkaar vergelijken, dan blijkt dat op vijf aspecten de norm elk halfjaar wordt gehaald (Snelheid start, Beschikbaarheid, Specificiteit methodiek, Begeleiding gezinsmedewerkers en Vervolghulpverlening). De resultaten op deze aspecten worden als onverminderd goed gekwalificeerd. De vijf genoemde aspecten tekenen voor de constante kwaliteit van het ‘product’ Families First. Op het aspect Intensiteit is de norm in geen enkel halfjaar gehaald. De resultaten op dit aspect worden als onverminderd slecht gekwalificeerd. Voor dit aspect moet ofwel gedacht worden aan mogelijke verbeteracties, dan wel overwogen worden de criteria of normen bij te stellen, of dit aspect uit de kwaliteitstoetsing te halen (dit laatste is alleen te verantwoorden als het aspect bij nader inzien niet zo belangrijk is bij het definiëren van het “product”). Op drie aspecten (Doelgerichtheid, Duur en Doelrealisatie) is vanaf de start van de kwaliteitstoetsing een duidelijke verbetering te constateren. De resultaten op deze aspecten worden gekwalificeerd als toenemend beter. De resultaten op de aspecten
Urgentie problematiek, Tussentijdse evaluatie en Woonsituatie bij afsluiting zijn wisselend. Soms wordt op deze aspecten de norm wel en soms wordt de norm niet gehaald.
Uitkomsten FF-regulier en FF-lvg
Bij 340 van de 436 gezinnen (78%) is FF-regulier aangeboden. 96 Gezinnen (22%) hebben FF-lvg ontvangen. Het kwaliteitscijfer voor FF-regulier is 8,5. Dit betekent dat op 11 van de 13 aspecten de norm is gehaald. Het kwaliteitscijfer voor FF-lvg is 9,2. De locaties die FF-lvg aanbieden hebben op 12 van de 13 aspecten de norm gehaald. Bij zowel FF-regulier als FF-lvg is de norm niet gehaald op het aspect Intensiteit. In tegenstelling tot FF-lvg is de norm op het aspect Woonsituatie bij afsluiting bij FF-regulier
niet gehaald.
Uitkomsten per locatie
Het kwaliteitscijfer op basis van de locatienorm ligt tussen 3,8 (Amsterdam Altra) en 10 (Breda, Groningen en Oldenzaal). Het kwaliteitscijfer op basis van de landelijke norm ligt tussen 5,4 (Alkmaar en Amsterdam Altra) en 10 (Groningen, Leeuwarden, Oldenzaal en Rotterdam). Het kwaliteitscijfer op basis van de referentienorm ligt tussen 1,5 (Middelburg) en 9,2 (Alkmaar).
Conclusies
De respons op de afzonderlijke kwaliteitscriteria is zeer goed. Complimenten aan de locaties! Door de hoge respons kon van een groot aantal gezinnen de gegevens worden geanalyseerd. Het insturen via de geautomatiseerde rapportagemodule loopt nog niet optimaal. Er zijn op dit vlak verbeteracties in gang gezet die hopelijk bij de volgende Kwaliteitstoetsing zichtbaar zullen zijn.
Het gemiddelde kwaliteitscijfer op basis van de landelijke normen is goed (8,5), zij het dat er wel verschillen zijn tussen locaties (variatie: 5,4 – 10,0). De meeste locaties (12 van de 14) scoren 7,0 of hoger op de landelijke norm. Locaties die lager scoren zouden van locaties die hoog scoren kunnen leren. Dit is ook de essentie van ‘benchmarking’.
Van de aspecten die niet gehaald worden blijft Intensiteit nog steeds een probleem. Het lukt landelijk gezien niet om in minstens 80% van de gezinnen minstens 7 uur per week aanwezig te zijn. Redenen hiervoor zijn meerdere malen bediscussieerd. Deze betreffen veranderingen in de problematiek van de doelgroep (misschien behoeft de problematiek
niet meer zo’n intensieve aanwezigheid), een veranderende vraag van de ouders (als beide ouders bijvoorbeeld werken, of als kinderen naar clubs gaan, kan er soms moeilijk tijd gevonden worden), of een veranderde houding van gezinswerkers (door de lange ervaring kan men doelgerichter en efficiënter werken). Hoe het ook zij, een dergelijke uitslag vraag om een actie. Hier kan ofwel gedacht worden aan mogelijke verbeteracties
(training, supervisie), dan wel overwogen worden het criterium of norm bij te stellen, of dit aspect uit de kwaliteitstoetsing te halen. Dit laatste is alleen te verantwoorden als het aspect vanuit het model gezien bij nader inzien niet zo belangrijk is. Opvallend is wel dat op 8 locaties de norm voor Intensiteit wel gehaald wordt. De vraag komt dan weer op hoe die locaties daar in slagen, via het proces van ‘benchmarking’ zouden de anderen
daar weer van kunnen leren.
Belangrijk is ook te signaleren dat de landelijke norm voor Woonsituatie gemiddeld genomen niet gehaald wordt: 88% van de kinderen woont bij afsluiting nog thuis, de norm staat op 90%. Overigens voldoen gemiddeld genomen de locaties die FF-lvg uitvoeren wél aan deze norm. Ook hier zouden de locaties bij elkaar te rade kunnen gaan om meer zicht te krijgen in mogelijke invloedrijke en beïnvloedbare factoren op dit aspect.
Klik voor de rest van het rapport op de onderstaande link